Clive Hellinga

De maritieme verzameling van Clive Hellinga is schier onuitputtelijk: honderden, misschien wel duizenden porseleinen kopjes, schoteltjes en borden, telegrafen, kompassen, stoelen, stuurwielen, stoomfluiten, loggen, zee- en routekaarten, posters, zeepoststempels en -zegels, patrijspoorten, VOC-boeken (ware kunstwerken) en broodjes tin en koper. Noem een voorwerp dat je op een zeeschip vindt en Clive Hellinga heeft het.

De waarde van een mens

Op de vraag welke voorwerpen het meest bijzonder zijn, valt het even stil. Na enig nadenken komt Clive Hellinga uit zijn stoel, loopt naar de grote vitrinekast en komt terug met een klein, door de tijd verweerd, gebogen stuk brons.Slavenring, opgebaggerd aan de westkust van Afrika ‘Kijk, dit is een slavenpenning. Het bepaalde de waarde van een slaaf. Hoe groter de penning, des te meer slaven je ervoor kon kopen. Het stamt uit de tijd van de WIC (West Indische Compagnie), ik heb het opgebaggerd aan de westkust van Afrika. De tijd van de Gouden Eeuw, daar waar wij Nederlanders zo trots op zijn. Een tijd dus waar wij met een stukje brons slaven, mensen, verhandelden naar Amerika.’ 

Acht maanden was Clive toen hij met zijn ouders op Schiermonnikoog kwam wonen. Geboren in Wales, vandaar de Engels klinkende voornaam. Vader Hellinga werkte in de oorlogsjaren voor de Engelse shipping en eigenlijk per toeval belandde het gezin Hellinga op Schier. Een broer van vader Hellinga woonde op het eiland en bemiddelde met succes toen er een woning beschikbaar kwam.

Serviesgoed overboord

‘In 1962 ben ik naar zee gegaan. Na een aantal jaren koopvaardij ben ik gaan baggeren. Wereldwijd was er veel werk. Waren de vrachtschepen en tankers net na de oorlog nog 18.000 tot 20.000 ton, in de jaren daarna veranderde dat snel en liep het tonnage op tot 180.000 tot 225.000 ton. Daar waren de bestaande havens in de wereld niet op berekend. Er moest gebaggerd worden, veel en op grote schaal. Overal op de wereld ben ik geweest, van Zuid-Afrika tot Alaska, van Singapore tot Frankrijk, van de Eerste Maasvlakte bij Rotterdam tot de Perzische golf. Naast het uitbaggeren van havens hebben we ook veel zand opgespoten, complete vliegvelden hebben we in zee aangelegd.

Vroeger lagen de grote passagiersschepen die op de Nieuwe Wereld voeren niet overal binnen, maar lagen vaak ten anker op de rede. De verbinding met de wal werd onderhouden door Tenders, die een strak schema hadden. Bijvoorbeeld de laatste afvaart naar de wal om 19.30 uur. Wilden personeelsleden ook mee, dan was er soms te weinig tijd om de afwas te doen en eindigde het afruimen van de tafels met het overboord gooien van het gebruikte serviesgoed. Bij het baggeren in deze maagdelijke gronden buitengaats (waar nog nooit eerder gebaggerd was), kwam dit serviesgoed weer naar boven. Bijna altijd in stukken, zo één op de honderd kopjes en borden was niet beschadigd. Ik was de enige die er in geïnteresseerd was, zo ben ik mijn verzameling begonnen.

De baggerschepen waar ik op werkte, waren sleephopperzuigers. Schepen die al varend hun ruimen (“hoppers”) vol zogen, al waren het gigantische stofzuigers. Aan weerszijden van het schip een zuigbuis, vaak met een diameter van een meter. Met een snelheid van 6, 7 meter per seconde werd het opgezogen zand via een zandgoot in het ruim gespoten. Toen ik echt ging verzamelen, heb ik stalen hoeklijnen dwars op de stroomrichting in de zandgoot geplaatst. Daar bleven de servies- en andere spullen achter hangen.’

Stichting Quadrant

Clive Hellinga is zich terdege bewust van de historische waarde van zijn maritieme verzameling. En Clive Hellinga weet ook dat hij niet het eeuwige leven heeft. Daarom heeft hij, samen met een aantal kundige mensen, de stichting Quadrant opgericht. ‘Deze maritieme collectie moet bij elkaar blijven. In zijn soort is het één van de grootste in Nederland. Scheepvaartmusea hebben dit niet, die vonden mijn collectie destijds ‘te nieuw’. Nu denken ze er wel anders over. Het bestuur van Quadrant zal er voor zorgen dat ook na mijn overlijden, maar dat duurt trouwens nog wel even, de collectie intact blijft en een goede plek krijgt. Ik zou het mooi vinden als die plek hier op Schiermonnikoog zou zijn, in een expositieruimte waarin de stukken tot hun recht komen.’

 

 

Uit: ‘Schier door eilander ogen – hommage aan Jan Abrahamse’.
Geschreven door Eddy van der Noord, met beelden van Ilja Zonneveld, verkrijgbaar bij boekhandel Kolstein.

Bekijk alle verhalen
  • Zoek & Boek

    Wilt u overnachten op Schiermonnikoog? Dat kan!

    Zoeken
Reinharda Groendijk, teamleider Sigma-team

Reinharda Groendijk is lid van het Sigma-team vanaf het eerste moment. Zij is teamleider in duo-functie en hoofd gewondennest. Bekijk het volledige verhaal

Reinharda Groendijk, teamleider Sigma-team

Deel deze pagina en ontdek Schiermonnikoog samen