Martin van Waning (1889-1972) bracht de kunst naar het eiland 

André Nijdam is opgegroeid op Schiermonnikoog. Zijn ouders wonen er nog steeds. Waarom hij geïnteresseerd is in Martin van Waning vertelt hij hier:

Moed verloren, al verloren!  
Met deze levensspreuk van Martin van Waning in het achterhoofd heb ik afgelopen weken heel wat berichten verstuurd, meer dan 2000 autokilometers gemaakt, tientallen kopjes koffie gedronken en bijna 150 vierkante meter bubbeltjesplastic gebruikt. Het was niet eenvoudig, maar het is gelukt om samen met kunstgroep SJain een Martin van Waning expositie te organiseren. En wat voor één! Het is de eerste keer sinds het overlijden van de beeldend kunstenaar dat er zoveel schilderijen van hem op het eiland bijeen zijn gebracht. Mijn dank gaat dan ook uit naar alle particulieren die zo moedig en vriendelijk zijn geweest om hun schilderijen ter beschikking te stellen voor deze unieke expositie. De gesprekken die ik met hen gevoerd heb waren heel interessant. Ze geven een mooi, maar vooral realistisch beeld van de kunstenaar en van ‘Schier van toen’.     
 
Waarom Martin van Waning? 
Een paar jaar geleden sprak ik met een goede vriend over Van Waning. Hij had uit de erfenis van zijn grootmoeder een paar schilderijen van de kunstschilder gekregen. Het gesprek ging, zoals zo vaak op het eiland, al snel over vroeger en over de generatie schilders uit de eerste helft van de vorige eeuw. Hoe bijzonder de eilander gemeenschap toen in elkaar stak, maar ook over de schoonheid van het dorp, de oneindigheid, rust en ruimte. De schilderijen van Van Waning vertellen dat verhaal. Het idee werd dan ook geopperd om zijn kunst te verzamelen en - indien mogelijk - op het eiland, op een publieke locatie en vrij van entree te exposeren. Het liefst structureel, maar dat is zonder een kunsthistorisch museum niet eenvoudig. Een tijdelijke expositie zoals deze in de Got Tjark en het gemeentehuis is ook prima. Zolang het verhaal maar verteld wordt. Want veel eilanders en eilandbezoekers weten niet wie hij was en wat hij voor de kunst op het eiland betekend heeft.    
 
Martin van Waning: een portret 
Hoe kan Martin van Waning het beste omschreven worden? Een bon vivant, welbespraakt met licht Haags accent, charmant, kort gekapt grijs haar en een mandarijnenbaardje, kaarsrecht, met vriendelijke twinkelende ogen en altijd goed gekleed. Hij bewoog zich met elan in de hogere kringen. De vrouwen waren hem ook zeer genegen. Hij was drie keer getrouwd. Toen was het welletjes, van Koningin Wilhelmina mocht hij niet met zijn levensgezellin Ada trouwen. Ook tijdens zijn leven met haar bleven de dames hem graag in zijn atelier bezoeken. Menig (eilander) vrouw heeft voor hem model gestaan. In 1953 publiceerde de Friese schrijfster Ypk fan der Fear (pseudoniem van Lipkje Post-Beuckens) een boekje over de kunstenaar. Niet veel later komt een andere schrijfster, de op Schier wonende Louise Mellema, ook met een boekje over Van Waning. De tekst spreekt van een niet geringe bewondering, de toon is zelfs lyrisch.  
 
Spannend jongensboek 
Het leven van de kunstschilder klinkt als een spannend jongensboek. Tenminste, als je de boekjes over hem leest. Zijn vader was referendaris bij de Raad van State en was amateur-aquarelschilder. Hij zag het talent van Martin, leerde hem wat stofuitdrukking was. Maar hij moest, zo had zijn vader beslist, een technisch beroep hebben. Een artistiek beroep betekende immers armoede. Martin ging naar de Technische Hogeschool in Delft, maar hij wilde niets van techniek weten. Zijn hart lag bij schilderen en beeldhouwen. Martin kreeg o.a. les van Willem de Zwart, een meester uit de Haagsche School. Ook het werk van colorist Dankmeijer werkte als een magneet op hem. Met geld van zijn vader trok hij naar Parijs. Daarna naar Wiesbaden, de plek waar de Pruisische adel feest vierde en kunst kocht. Hij schilderde met een ongekende werkdrift, werd bekend door zijn Hollandse landschappen en watergezichten.

Op wonderbaarlijke wijze werd hij later secretaris van de Russische grootvorst Orloff. Met hem zou hij mee naar Petersburg zijn gegaan en op zijn jacht door Zuid Europa hebben gevaren. Daarna keerde Martin terug naar Wiesbaden. De Eerste Wereldoorlog brak uit. Berooid en halsoverkop vluchtte hij terug naar Den Haag. En begon opnieuw. Weer maakte hij veel werk, exposeerde in 1918 in Panorama Mesdag. Een bekroning op zijn werk. Maar hij kon er zijn draai niet vinden. Hij woonde in Oostvoorne en Brielle, ging in 1925 naar Londen en in 1926 trok hij naar de Veluwe. Een heimwee, terug naar de natuur, maakte zich van hem meester. Werkte ook daar weer als een paard en maakte er o.a. zijn beroemde Veluwe-serie van twaalf monumentale panelen (1.64 x 2.65 mtr.).  

Hij verkocht er echter niks en ging weer berooid terug naar Den Haag, weer vond hij daar niet wat hij zocht. Eén van zijn vrienden had een zomerhuisje op het eiland, vertelde lyrisch over de daar heersende schoonheid, de oneindigheid, rust en ruimte. Hij vertrok in 1934 naar Schiermonnikoog. Martin kwam, zag en het eiland overwon. Het eiland inspireerde hem. Hij vond er wat hij al die tijd zocht: vrede, rust en schoonheid. Al spoedig mocht hij van het gemeentebestuur in de lokalen van de inmiddels gesloten zeevaartschool werken. Ook de Veluwe-serie kreeg er een plekje. Hij ging met Ada op de Middenstreek wonen. Hij schilderde en beeldhouwde weer in een razend tempo, had in de school zijn zomerexposities en een verkooppunt in de stad Groningen. Zijn werk werd populair. Hij werd bejubeld, de opdrachten stroomden binnen. Van collega’s, pers, critici en kunsthandelaren ontving hij waardevolle kritieken. Hij werd door de Friesche Kunstkring dè schilder van Schiermonnikoog genoemd. Ook het gemeentebestuur en VVV waren blij met hem. Zijn tentoonstellingen trokken duizenden bezoekers. Ongekende aantallen voor die tijd. In de jaren dertig was het toerisme op het eiland immers nog relatief bescheiden. Maar zorgen bleven hem ook op het eiland niet bespaard. In de zomer van 1943 viel een bom op de voormalige zeevaartschool. Al zijn werk werd vernield. Van Waning raakte zwaar gewond, herstelde en mocht in 1948 in de tuin van zijn huis een atelier bouwen. Hij begon opnieuw: tekende, schilderde, etste en beeldhouwde en verkocht veel werk aan de alsmaar groeiende stroom badgasten.  
Met het ouder worden werd zijn werkdrift minder. Bovendien moest hij eind 1970 zijn huurhuis verlaten. Hij kreeg een kleine gemeentewoning aan de Langestreek aangeboden. Het atelier aan de Voorstreek werd ontruimd. Zijn schilderspullen eindigden in de oven van Bakker Klontje. In de zomer van 1972 overleed eerst Ada. Martin volgde haar drie weken later. Hij liet drie zoons en een dochter na. 
 
Werk 
Velen kennen natuurlijk het beeld van de schiere monnik dat sinds 1961 in het Willemshof staat. Misschien was hij wel het sterkst in het vervaardigen van etsen en bronzen koppen, maar hij is het meest bekend geworden als schilder. Honderden schilderijen heeft hij gemaakt. Hij had een zeer grote werkdrift. Landschappen, havengezichten, stadstaferelen, portretten en mythologische onderwerpen met centauren en nimfen. Vaak was zijn werkdrift groter dan zijn anatomische kennis. Critici noemden hem een meester van het tweede plan. Hij schilderde traditioneel, was weinig vernieuwend. Zijn beste colorietwerken maakte hij in zijn beginjaren op het eiland. Daarna werd hij commerciëler, zijn schilderijen werden souvenirs: een duin- of strandgezicht als herinnering aan een mooie zomervakantie. Dat verkocht goed, maar het kwam de artistieke kwaliteit niet altijd ten goede. Ondanks alles heeft hij de schoonheid van het eiland heel treffend op tal van doeken vastgelegd. Vooral in het schilderen van grillige wolkenpartijen met het daarachter en daar doorheen schijnend zonlicht, was hij juist een meester van het eerste plan.  
 
Betekenis voor het eiland 
Van Waning beschikte over grote artistieke gaven. De ‘status’ van eilander verwierf hij echter nooit vanwege zijn hoogmoedige houding. Die stond in schril contrast met de bescheiden houding van de eilanders. Toch heeft hij een onuitwisbare indruk achtergelaten. Van Waning heeft de kunst naar het eiland gebracht. Hij inspireerde andere eilander schilders. Met sommigen raakte hij bevriend. Denk bijvoorbeeld aan oud veerbootkapitein Klaas Onnes (1893-1971). Klaas had weinig contact met andere schilders, maar Van Waning was een uitzondering. Hij leerde Klaas hoe je de grillige wolkenpartijen tegen een hemelsblauwe lucht schilderde. Andersom leerde Klaas hem hoe je zeeën maakte.

Ook voor kapper Gerrit Visser (1910-1969) betekende Van Waning een nieuwe impuls. Gerrit wist dat hij schilderen kon, wilde net zo goed als Van Waning schilderen. Ze raakten bevriend. Van Waning was de meester, Gerrit de leerling. Hij leerde hem de technieken. Door Van Waning ontdekte hij bovenal de kunstgeschiedenis. Vooral die van de Grykse mythen. Toen hij, net als Van Waning destijds, ontdekte dat voorstellingen van duinen, slenken, strand en het dennenbos in trek waren, schilderde hij vaak alleen nog deze thema’s. Zijn huis had hij vol hangen en dat was allemaal te koop. In de etalage stond altijd werk en in Groningen had hij, net als Van Waning, een verkoopadres.

Ook op huisschilder Jo Rispens heeft Van Waning grote invloed gehad. Via Gerrit Visser kwam Jo met hem in contact. Voor een gereformeerde jongen als Jo was Van Waning een fenomeen. Leergierig als hij was, kwam hij met nieuwe werelden in aanraking. Het was Van Waning die ook hem de liefde voor de kunstgeschiedenis en met name de Griekse cultuur met pantheïstische godsdienst bijbracht. En tussendoor leerde hij hem om allerlei technieken beter in de vingers te krijgen. Van Waning zette een stempel op zijn werk. Zijn schilderen kwam hierdoor in een stroomversnelling. Het waren voornamelijk landschappen. Door de invloed van Van Waning hebben die altijd een golvende beweging gehouden. Zijn naam kwam alleen onder een werk te staan als hij vond dat het af was. Dat deed Van Waning ook. Hij heeft niet alleen de vroegere kunstschilders geïnspireerd. Ook in het werk van sommige hedendaagse schilders zie je voorstellingen, wolkenluchten en kleurgebruik terug die sterk aan Van Waning doen denken. Zijn invloed is na bijna 60 jaar nog steeds op het eiland zichtbaar.