“Wandelen aan zee; een spiegel van mijn bestaan”

Overpeinzingen van Broeder Paulus, over zijn dagelijkse wandelingen en de invloed hiervan op de beleving van spiritualiteit.


“Het is moeilijk om woorden te vinden voor ervaringen die ik dagelijks heb. Het is wel zo dat als ik naar de zee ben geweest, op het strand heb gewandeld, kom ik er altijd anders van terug. Als ik weer terug ben op mijn kamer en wat zit en lees, dan voel ik dat ik helderder vanbinnen ben. Frisser, dat er iets van mij is afgevallen, dat ik dieper bij die diepe kern in mij kom die ik God noem. Bijvoorbeeld als ik sta aan de zee en ik zie daar alles drijven en bewegen: het is een spiegel wat in feite in mijzelf ook gebeurt. Een spiegel van mijn bestaan. En daarmee ontdek ik ook dat datgene wat in mijzelf gebeurt, waar ik soms behoorlijk van kan schrikken, het is eigenlijk helemaal niet om zo van te schrikken. Het is heel normaal en elk mens kent het, heeft het waarschijnlijk. 

En ik zie dus ook in de natuur hoe de vogels hier heel actief zijn en weer volop leven. En hoe de wind soms heel hard kan waaien. Alles is in beweging. Ik ben in beweging, en het eiland – letterlijk – beweegt ook, het schuift op. En zeker met een beetje wind zie je dat zand dat stuift over het strand en het is net alsof ik daarop wegzweef. Ik sta middenin iets wat voor mij heel… ja… het is heel realistisch maar het lijkt alsof ik mee zweef. 

Zeker in het begin dacht ik, als ik dan uitkeek over de zee met de blik naar de horizon, ‘dit is te mooi om waar te zijn, dit kan niet’. Ik voel me als mens zo nietig tegenover de grootse natuur. Dat ik hier mag leven, dat vervult mij met een diepe dankbaarheid. En zeker als ik boven op een duin sta, bij paal vijf. Of ik ga even op de bank zitten die daar staat boven op het duin naast de strandovergang. Dan bekijk ik de hele breedte van west naar oost, van oost naar west. Dat zie ik als één geheel, als één punt. Dan kom ik thuis in dat ene punt. Het is heel breed, en ook onmenselijk stil, zelfs al loopt er al eens iemand langs. 

‘Heel eventjes maar’
Soms komt er echt helemaal niemand, dan is het zó stil. Dan kijk ik over de duinen heen, strand, en dan de zee. En dat is voor mij zó verstillend als ik daar - meestal loop ik, ik ben iemand die veel loopt - maar als ik daar zo stil ga zitten op die bank en gewoon uitkijk. Dan ja, dan blijf ik automatisch zo’n twintig minuten zitten, terwijl ik eigenlijk niet de bedoeling heb om daar lang te blijven zitten. Ik dacht aanvankelijk: ‘heel eventjes maar’, maar ik word zó gegrepen door dat mysterie. Dat spel van de zee, de wind, de natuur, alles wat beweegt. 

En ja, wij bewegen ook. Daarom is het eiland voor mij een spiegel, een troost, een zachtheid. Nou ja zacht, het is ook wel eens hard. Regen en storm, ook dát heeft zijn charme. Windkracht acht op het strand, nauwelijks tegenin kunnen lopen. Zelfs met de wind mee, bang om te vallen omdat de wind zó hard kan waaien dat hij mij doet struikelen. Dat alles fascineert mij. 

Ik ervaar het als een cadeau op dit eiland te mogen leven. Te mogen genieten van de schoonheid van de natuur, die ons toch maar door God om niet is gegeven. We hebben er geen enkele verdienste aan, het is ook niet vanzelfsprekend. Voor mij klinken de psalmen dan ook anders, is het gebed anders als ik een tijd – vooral aan zee – heb gelopen. Het is zo afwisselend, duinen, strand, zee, kwelder, hoog en laag. En dat ook lichamelijk. Ik voel mijn lichaam, als ik ga lopen, als ik ga wandelen, berg op berg af. Ook het lichaam is in beweging en dat is ook goed, ik heb het tenslotte van de Schepper gekregen. 

Een spiegel van wat er beweegt
Er is ook eenzaamheid, die ik ervaar als ik alleen aan het strand ben. Als ik ’s morgens wel eens ga, dan is het nog volmaakt stil, geen mensen. Er zijn nooit veel mensen op het strand hoor. Dan word ik geconfronteerd met mezelf daar aan het strand in de stilte, heel diep met eenzaamheid, met pijn, mijn onaf zijn, niet verwerkte dingen. Het is dus ook een spiegel van wat er beweegt. En er beweegt heel veel, niet alleen mooi en aardig, het is ook pijn en eenzaamheid, het leven. Misschien is het daarom zo goed, dat ik juist daar waar ik mij terugtrek van de mensen, van alles wat de mensen hebben gemaakt, met mensenhanden is opgebouwd. Dat ervaar ik op het strand niet, daar is niks met mensenhanden opgebouwd. Althans, sommige stukken wel, daar hebben de mensen aan gewerkt. Maar juist daar, waar ik me terugtrek van het menselijke kom ik heel diep tot mijzelf, dieper dan tussen mensen, omdat daar altijd toch iets van mensen tussen zit. En dat ervaar ik dáár niet, als ik alleen aan het strand ben, dan ben ik echt alleen…  

Ik merk dat ik daar kan loslaten, met de zee laten wegdrijven. Dat is een verrukkelijke ervaring. Een eerlijke ervaring, laat ik het zo zeggen, een spiegel. Niet alleen mooi want ook de andere kant bijvoorbeeld verdriet, teleurstelling in mijzelf, kan ik daar intenser beleven. En het mag er dan ook zijn. Ik kan daar mezelf zijn. En dan zou ik er wel willen blijven - maar ik moet weer terug - om nog langer te genieten van het fenomeen. Bij de terugkeer naar huis verlies ik het niet, het werkt door, ik neem het mee. Daar hoef ik geen moeite voor te doen, ik neem het gewoon mee. Nee ik verlies het niet, het maakt mij een ander mens. Als een innerlijke schoonmaak, diepgaande therapie, waar geen psycholoog tegenop kan bij wijze van spreken. Het is echt een opschoning. Innerlijke schoonmaak! Terug naar de natuur, puur, zoals ik als kind het ervoer.  

Het is liefde geworden
Ik doe dit al zeven jaar, bijna dagelijks ga ik naar het strand. In het begin was het natuurlijk veel fascinerender dan nu, ik ben eraan gewend en toch blijft het. De verliefdheid is eraf, het is liefde geworden, het is naar binnen gegaan. Dat romantische gevoel van strand en zee dat kent waarschijnlijk iedereen. Maar elke dag zeven jaar lang! Dan verandert er wel eens iets. Dan is het ook niet altijd helder, soms ook somber, voel ik me somber aan zee. En toch doe ik het, omdat het eerlijk is. Het is een eerlijke ontmoeting, niet gekleurd door invloeden of manipulaties of zo van buitenaf, daar heb ik er geen last van. Ik sta daar helemaal alleen met mijzelf. En zo is ook eigenlijk het leven, dat je alléén de weg gaat – met God. En dat wordt voor mij dáár juist geaccentueerd, nog duidelijker.

Ze zeggen wel eens: je opvoeding is belangrijk, maar je omgeving is ook belangrijk, waar je woont. En het is hier op het eiland voor mij heel goed. Muren geven mij een begrensd, opgesloten of zelfs benauwd gevoel. Dat heb ik aan het strand niet, daar zijn geen muren, tenzij ik ze in mijzelf optrek. Ook op het strand heb ik wel innerlijke afleiding en verstrooiing, maar daar wordt het toch totaal anders, opgenomen in het geheel. Ik voel er verbondenheid, met alles en iedereen. Dan weegt het niet zo zwaar de ellende van de wereld en alles wat mensen elkaar aandoen. Natuurlijk is het er nog, maar de scherpe kantjes zijn er voor mij minder pijnigend, zal ik maar zeggen. 

De scherpe kantjes, die gaan er wat af door het… ja, ik weet het niet. Ik kan er geen woord voor vinden wat het is wat mij nou raakt als ik in de natuur ben. Er is iets heel moois. Dat ik er mag zijn, wie ik ben als mens. De zee geeft mij innerlijke rust. Dat was voor mij wel duidelijk toen ik de allereerste keer op Schiermonnikoog aan zee kwam. Ik was meteen gewonnen voor het eiland. Ik merk nu dat als ik aan de wal ben, voor wat dan ook, op een gegeven moment krijg ik heimwee naar het eiland. Omdat het me zo’n ruimte biedt. 

Dit is mijn thuis, Schiermonnikoog. Voor mij is dat ook wel iets dat toch bewaarheid is geworden, dat ik gedroomd heb van de zee om er ooit eens te kunnen gaan wonen. En het is nog uitgekomen ook, de droom is vervuld. Omringd door water en boven ons de lucht. Als mensen mij vragen hoe ik het vind op het eiland, dan raak ik ontroerd en beginnen de woorden en gevoelens te stromen, net als de zee. Alles mag er zijn, we zijn begenadigde mensen, door hier te mogen leven.”